![]() |
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
|||||||
|
Het is onze plicht om het naast de
eigenlijke kunstmarkt ook te hebben over de domeinen die
weliswaar eerder thuishoren in de marge van de kunstmarkt, maar
toch ook van essentieel belang zijn. Deze domeinen verdienen
even veel aandacht van de kunstliefhebber als de eigenlijke
koop- en verkoopoperaties en dit in het belang van zijn
patrimonium.
verzekeren
Verzekeren
Romantisch is anders, maar het is nu
eenmaal zo: een kunstwerk wordt in principe beschouwd als een
‘roerend goed’ in de juridische betekenis van het
woord, in tegenstelling tot de onroerende goederen waarin zij
zich bevinden. In deze hoedanigheid valt het beschermingsstelsel ervan
onder het luik ‘inhoud’ van de verzekering
‘algemene woonverzekering’. Een aantal meubels, in
de algemene betekenis van het woord, kunnen door een aantal
wetgevingen echter beschouwd worden als onroerende goederen
‘door bestemming’ of ‘door
incorporatie’ van zodra ze geïntegreerd worden in
het gebouw: als uw woning lambrisering uit de tijd van
Lodewijck XV bevat met geschilderde trumeaus, glasramen of
monumentale decoraties hou dan rekening met dit verschillend
stelsel.
De risico’s gedekt door de algemene
woningverzekering zijn hoofdzakelijk schadegevolgen als gevolg
van brand, storm, vorst en wateroverlast. Diefstal is meestal
een optie. Voor diefstal voorzien de standaardcontracten vaak
een plafond voor tussenkomst per voorwerp, waarbij gestipuleerd
wordt dat de berekening van de schadevergoeding gebeurt op
basis van de handelswaarde. Concreet, als één van
uw kunstwerken iets overkomt, ontvangt u nooit meer dan dit
plafond, ook al is het kunstwerk het dubbele waard. Bovendien
wordt het goed getaxeerd, zoals dit ook het geval is voor de
andere risico’s, op basis van zijn handelswaarde (welke
prijs zal ik er voor krijgen op de huidige markt?) en niet op
basis van zijn reconstitutiewaarde (welke prijs zou ik moeten
betalen om hetzelfde voorwerp aan te schaffen?). Dit betekent
een enorm nuanceverschil en het nadeel hieraan gekoppeld is
soms aanzienlijk. Over het algemeen moet men weten dat de
handelswaarde ongeveer 50% van de vervangwaarde
vertegenwoordigt, omdat men hier de taksen en de winstmarge van
aftrekt. Om onaangename verrassingen te voorkomen kan men zich
dus beter op een andere manier verzekeren.
De eigenaars van kunstwerken waarvan de
waarde het maximumbedrag overschrijdt dat voorzien is door hun
verzekeringscontract van het type ‘algemene
woningverzekering ‘ moeten een uitbreiding van de
garantie voorzien op basis van een ‘goedgekeurde’ waarde, wat inhoudt dat u vanaf de contractafsluiting het
bedrag kent dat zal dienen als basis van de vergoeding. Bovendien, in dit
geval beslissen de verzekerde en de verzekeringsmaatschappij om
de goederen te verzekeren op basis van hun reconstitutiewaarde
en niet op basis van hun handelswaarde. Om deze vervangwaarde
te bepalen is vaak de tussenkomst noodzakelijk van een expert,
wiens ereloon voor rekening is van de verzekerde. Opgelet: als
uw contract de duur van de geldigheid van de goedgekeurde
waarde niet vermeldt, kan deze waarde herzien worden, zowel
naar boven als naar beneden toe, in functie van de markt op het
moment dat het schadegeval zich voordoet.
Dit type verzekering kan men afsluiten
voor zowel één of meerdere voorwerpen als voor
een volledig patrimonium. In tegenstelling tot de
standaardverzekering, die alleen de risico’s dekt die
expliciet genoemd worden, heeft de verzekering
‘alle risico’s’ - de naam zegt het zelf - als verdienste dat zij
alle risico’s dekt (diefstal, verlies, schade), behalve
degene die uitdrukkelijk uitgesloten worden. De premie wordt
per geval bepaald, wat het moeilijk maakt om hier exacte
cijfers te geven. In ieder geval is hier de tussenkomst van een
expert vereist, die betaald wordt door de verzekeringsnemer.
Het spreekt vanzelf dat de expert een evaluatie van de
reconstitutiewaarde zal voorstellen. De verzekering ‘alle
risico’s’ staat niet zo hoog aangeschreven bij
verzekeraars. Velen onder hen staan een dergelijke verzekering
alleen toe als er een vertrouwens- en een zakenrelatie (andere
ondertekende contracten) bestaan. Om zich in te dekken leggen
de verzekeringsmaatschappijen vaak strikte
veiligheidsmaatregelen op (zijn postzegelverzameling bij
afwezigheid in een safe opbergen enz.). Om fraude te
ontmoedigen verplichten ze vaak het gestolen of beschadigde
goed ook effectief te vervangen (de aankoop van een nieuw
juweel bijvoorbeeld), waarbij de vergoeding direct betaald
wordt aan de verkoper van het vervangingsgoed. Ten slotte
aanvaarden verzekeringsmaatschappijen alleen de dekking van
‘redelijke’ waarden. Voor goederen met een zeer
grote waarde moet men zich richten tot een gespecialiseerde
maatschappij.
|
|
||||||
|
|
|||||||
|
|
|||||||
|
|
|||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|